April 25, 2017

Over veenbodemdaling

Veenbodemdaling is een natuurlijk proces dat in Nederland al eeuwen aan de gang is, sinds de start van het ontginnen van veengebieden. Bij deze ontginning werden vaarten en sloten gegraven om het veen te ontwateren. Hierdoor werden de gebieden geschikt voor landbouw. Door deze onttrekking van water, komt de veengrond in contact met de lucht (zuurstof) en gaat het oxideren. Hierdoor verlies het veen een deel van zijn volume en klinkt de bodem in.

Wat zijn de effecten?

Het natuurlijke proces van bodemdaling is de afgelopen eeuwen versneld door verdere ontwatering voor agrarisch landgebruik en de bouw van (nieuwe) woningen. Om bodemdaling te beperken proberen waterbeheerders de waterstand in veel veengebieden zo hoog mogelijk te houden. Hierdoor zijn de gebieden niet meer geschikt voor akkerbouw (te nat), maar alleen als weidegebied voor koeien. Vandaar de naam veenweidegebied.
In veengebieden waar woonwijken gebouwd worden, wordt de waterspiegel vaak verlaagd in verband met deze woningbouw. Hierdoor is sprake van (directe) inklinking van de bodem en van veenoxidatie. De bodem kan hierdoor in enkele decennia tot tientallen centimeters zakken.
In oude(re) huizen met houten funderingen, kunnen de houten palen door ontwatering boven water komen te liggen en gaan rotten. Met alle gevolgen vandien.
Nieuwe huizen hebben betonnen fundering. De woningen zijn gefundeerd op diepliggende, niet-zakkende zandlagen. De woningen zelf zakken niet. Er ontstaan vooral problemen met rioleringsbuizen en gas- en drinkwaterleidingen, die wel met het veen meezakken. Het gevolg van deze ongelijke zakking is dat elke 10 tot 20 jaar alle aansluitingen in dit soort wijken moeten worden vernieuwd.PBL

Wat kost veenbodemdaling?

De studie ‘Dalende bodems, stijgende kosten’ van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), medegefinancierd door STOWA, schetst een zorgelijk beeld van de maatschappelijke kosten en baten van veenbodemdaling. Onderzoekers hebben in de studie berekend dat de extra kosten van ‘slappebodemgemeenten’ voor herstel van en onderhoud aan wegen, rioleringen, kabels en leidingen, kunnen oplopen tot 5,2 miljard euro in 2050.
Daarnaast is volgens het PBL ten minste 16 miljard euro nodig voor het herstellen van funderingsschade aan circa 300 duizend woningen in stedelijk gebied en nog eens 1 miljard voor het landelijk gebied. Gericht beleid nu kan oplopende kosten voor overheden en particulieren in de toekomst voorkomen, volgens de onderzoekers.